Ontlastingsincontinentie
Ontlastingsincontinentie is nog steeds een groot taboe en degenen die er last van hebben, vertellen zelfs hun huisarts vaak niets over hun problemen op dit gebied.
Tijdens een uitgebreide anamnese dient de arts onder andere gerichte vragen te stellen over eerdere ziekten, operaties, kwetsuren, bevallingen, begin van de klachten, frequentie van de stoelgang, aard van de ontlasting, situaties waarin sprake is van onvrijwillige ontlasting en de behandelingen die tot nu toe hebben plaatsgevonden.
Via een patiëntendagboek kan niet alleen een bijdrage geleverd worden aan het diagnostisch proces, maar is ook een betere controle op de behandelresultaten mogelijk. Bovendien geeft zo’n dagboek een geobjectiveerd overzicht van de symptomen.
Bij het klinisch onderzoek dient de aandacht van de arts uit te gaan naar:
- irritaties;
- onstekingsachtige of zweervormige veranderingen van de huid rondom de anus;
- fissuren;
- littekens;
- misvormingen;
- fistels etc.
De anocutane reflex wordt onderzocht met behulp van een digirectaal onderzoek, waarbij de afsluitkracht van de sluitspier wordt gecontroleerd. Daarnaast kunnen aanvullende onderzoeken worden verricht.

